bibberen

werkw.
Uitspraak:  [ˈbɪbərə(n)]
Vervoegingen:  bibberde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebibberd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

beven
Voorbeelden:  `bibberen van de kou`,
`bibberen van angst`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beven huiveren klappertanden kleumen koulijden rillen sidderen trillen

Intensiveringen
Hoe kun je met bibberen een ander begrip versterken?
bibberen van angst
Hoe kun je bibberen krachtiger uitdrukken?
bibberen als een juffershondje;

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik bibberde, heb gebibberd), rillen (van koude). *...ING, v. ( *...ATIE, v.), [geen meervoud]
  2. • [inerg] hevig trillen van kou of angst.
  3. snel een klein beetje bewegen vb: we zaten te bibberen van de kou Synoniemen: trillen beven rillen
  4. 1) Beven 2) Hevig rillen 3) Huiveren 4) Klappertanden 5) Kleumen 6) Kou lijden 7) Razelen 8) Rillen 9) Rillen van kou 10) Sidderen 11) Sterk beven 12) Trillen 13) Uiting ...
  5. rillen Jaar van herkomst: 1794 (Toll. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bibberen (trillen, rillen van kou)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bibberen`.