de huisdokter

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['hœyzdɔktər]
Verbuigingen:  huisdokter|s (meerv.)

je vaste dokter
Voorbeeld:  `De huisdokter schreef een zalfje voor.`
Synoniem:  huisarts

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Arts 2) Huisarts
  2. arts die na zijn diplomering als basisarts de opleiding in de huisartsengeneeskunde volgde en vanuit zijn brede, generalistische scholing algemene, niet-specialistische m...
Toon uitgebreidere definities