de hoorn

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [horn]
Verbuigingen:  hoorn|en, hoorn|s (meerv.)

1) muziekinstrument dat geluid maakt als je erop blaast muziek
Voorbeeld:  `Engelse hoorn`

2) uitsteeksel op de kop van sommige dieren
Voorbeeld:  `De stier nam de toreador op de hoorns.`
Synoniem:  horen

3) deel van een telefoontoestel met luidspreker en microfoon, waarmee je contact hebt met de ander ouderwets
Voorbeeld:  `de hoorn van de haak nemen als de telefoon gaat`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jachthoorns

Spreekwoorden en zegswijzen
• men heeft hem de hoorns opgezet. (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw.)
Naar de spreekwoorden

25 definities op Encyclo
  1. •een hard en meestal gebogen uitsteeksel aan de kop van verschillende dieren. •een uitwas die op een hoorn lijkt, bijvoorbeeld bij insecten. •een houder met een hoo...
  2. 1> zie scheepshoorn. 2> HOORN VAN OVERVLOED: op de klik van het roer toegepaste versiering. De versiering bestaat gewoonlijk uit een hoorn waaruit rankende takken ontspru...
  3. instrument waarmee geluidsseinen gegeven worden. Deze termen worden over het algemeen gebruikt voor hoorns, die men zelf niet hoeft te blazen. Hoorns die men zelf dient t...
  4. bergtop
  5. Uitgroei van aangepaste huid of zeer compact haar, vaak in paren die uitsteken vanaf de voorhoofdsbotten aan beide zijdes van de schedel en bestaan uit een permanente opp...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hoorn:
hoornaarhoornaarshoornachtighoornantennehoornisthoornistenhoornlaaghoornlagenhoornshoornslakhoornveehoornvlieshoornvliezen

Deze woorden eindigen op hoorn:
eekhoornhertshoornneushoornramshoorntepelhoornkinkhoornsuikereekhoornmisthoornposthoornorkesthoornnatuurhoornkromhoornringhoorntelefoonhoornalpenhoornjachthoornmidwinterhoorneenhoornJavaanse neushoornEngelse hoorn

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. hoorn (mannetjesduif)
  2. hoorn (uitsteeksel aan dierenkop, blaasinstrument)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hoorn` kennen.