het hoofdgebouw

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['hoftxəbɑu]
Verbuigingen:  hoofdgebouw|en (meerv.)

belangrijkste gebouw van een complex
Voorbeelden:  `De directie zetelt in het hoofdgebouw.`,
`De instelling bestaat uit een hoofdgebouw en enkele bijgebouwen.`
Antoniem:  bijgebouw

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Deel van een gebouwencomplex
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hoofdgebouw` kennen.