verleggen

werkw.
Uitspraak:  [vər'lɛxə(n)]
Vervoegingen:  verlegde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft verlegd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op een andere plek leggen
Voorbeeld:  `Vanwege het nieuwbouwproject gaat de gemeente alle leidingen verleggen.`
Synoniem:  verplaatsen
je grenzen verleggen  (verder komen dan nu het geval is) `Door te reizen verbreed je je horizon en verleg je je grenzen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
disloqueren iets verplaatsen roeren verplaatsen verschikken verschuiven vervoeren verzetten

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Afleiden 2) Anders leggen 3) Dislokeren 4) Disloqueren 5) Roeren 6) Verplaatsen 7) Verschikken 8) Verschuiven 9) Vervoeren 10) Verzetten
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op verleggen:
overleggen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
verleggen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `verleggen`.