het honk

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [hɔŋk]
Verbuigingen:  honk|en (meerv.)

vrijplaats van een honkbalveld waar een aanvaller niet kan worden uitgetikt sport
Voorbeelden:  `Een honkbalveld bevat vier honken.`,
`Als je alle vier de honken in je eigen slagbeurt passeert, heet dat een homerun.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (B.m. en o.) [geen meervoud] paal of rustpunt waar men den loop begint of eindigt; - hebben (in het stuivertje-wisselen); van - gaan...
  2. 1) Baseballterm 2) Deel van een honkbalveld 3) Een van de hoekpunten bij softbal 4) Eindpaal van een renbaan 5) Elk van de hoekpunten bij softbal 6) Gebouw voor hang- of ...
  3. thuis, vrijplaats bij kinderspelen Jaar van herkomst: 1401-1450 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met honk:
honkbalhonkbalknuppelhonkballenhonkballerhonkbalwedstrijdhonken

Deze woorden eindigen op honk:
verschonk

Herkomst volgens etymologiebank.nl
honk (uitgangspunt bij spelen; plaats waar men thuishoort)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `honk`.