de honkbalwedstrijd

zelfst.naamw. (m.)

een honkbal spel met twee ploegen
Voorbeeld:  `Hij heeft een heel ander leven nu. Al tijden getrouwd. Dochtertje van zes. Maar hij gaat nog steeds zes keer per week van Den Bosch naar Amsterdam, waar hij speelt. Dat doe je niet als je het niet meer leuk vindt, zegt hij. Toch? De andere twee vinden er niet heel veel aan. Ze komen wel hoor, de belangrijke wedstrijden. Alleen niet elke week. Vindt hij prima. Die moeten doen wat ze zelf leuk vinden. Ook een lange zit, zo’n honkbalwedstrijd. Drie uur is geen uitzondering. Kan best saai zijn, vindt hij zelf soms ook. Zo’n pitchersduel als tegen Japan in de finale van de Honkbalweek in Haarlem dit jaar? Niets aan. Behalve als hij zelf een van die pitchers is natuurlijk.`


Bron: WikiWoordenboek.