de honing

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhonɪŋ]

zoete stof die door bijen gemaakt wordt
Voorbeeld:  `een boterham met honing`
honing om de mond smeren  ((iemand) vleien) `Hij smeerde me honing om de mond om me mee te krijgen.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• zij kwamen als bijen naar de honing (=ze kwamen met velen en sterk gemotiveerd)
• wie honing wil eten moet lijden dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor overhebben)
• iemand honing om de mond smeren (=tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen)
• een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met honing een ander begrip versterken?
honingzoet; vloeien als honing; zoet als honing; erop afkomen als bijen op de honing;

13 definities op Encyclo
  1. Zie -™Fructose-™.
  2. gele zoete stof die door bijen wordt gemaakt uit bloemen vb: ik heb de thee gezoet met honing
  3. Zoete, stroperige vloeistof die door bijen wordt gemaakt van nectar die ze verzamelen uit bloemen. Categorie: Materialen > uit- en afscheidingsproducten.
  4. Honing is een natuurlijk zoetmiddel. Honing ontstaat dankzij het verwerkingsproces dat de bijen uitvoeren nadat ze de nectar uit de bloemen halen.
  5. smaak in wijn. Komt voor bij dessertwijnen en gerijpte wijnen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met honing:
honingdashoningdassenhoninggeelhoningmierhoningraathoningraatmotieven

Deze woorden eindigen op honing:
verschoningmierenhoningbijenhoning

Herkomst volgens etymologiebank.nl
honing (geelachtige zoete stof uit bloemen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `honing`.