de hik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [hɪk]

de hik hebben  (onbedoeld samentrekken van je middenrif met een hoog geluid erbij) `Het is heel vervelend om de hik te hebben, omdat je het niet zo maar stoppen kunt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
singultus snik

10 definities op Encyclo
  1. (singultis) Plotselinge, krampachtige samentrekking van het middenrif. Hierdoor ontstaat een zeer snelle inademing, die plotseling wordt afgebroken door sluiting van de s...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. onwillekeurige maagschok die zich met een zeker geluid doet kennen. ~KEN, ow. [gelijkvloeiend] (ik hikte, heb gehikt), den hik hebbe...
  3. keelgeluid door samentrekking van het middenrif vb: als je de hik hebt, moet je een tijdje je adem inhouden, dan gaat het over krijg de hik! [verwensing]
  4. • [medisch] een periodiek optredende, spontane, onwillekeurige samentrekking van het middenrif tijdens inademing, gevolgd door het plots sluiten van het strotklepje, wa...
  5. Wanneer je te snel eet of drinkt krijg je soms de hik. De inname van voedsel gaat dan te snel en het lichaam heeft moeite met de spijsvertering. Doordat zenuwen in de kee...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hik:
hik aanhikehikenhikethiketehiketenhikkenhikte

Deze woorden eindigen op hik:
beschikbloemschikschik

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hik (krampachtige ademhaling door een samentrekkend middenrif)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `hik`.