• op hete kolen zitten (=ongeduldig zijn) • met een hete aardappel in de keel praten (=op een bekakte manier praten) • iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden) • hete bliksem (=gestoofde aardappels met appel) • de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen) Toon alle 6 spreekwoorden die hete bevatten
2 definities op Encyclo
[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] het