hecht

bijv.naamw.
Uitspraak:  [hɛxt]

die of dat door een sterke band of verbinding met elkaar verbonden is
Voorbeelden:  `hechte vriendschap`,
`hecht zijn met elkaar`,
`hecht verbonden`,
`een hechte constructie`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
compact duurzaam

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
• gewicht hechten aan (=belang hechten aan)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met hecht een ander begrip versterken?
hechte vriendschap; hechte verbondenheid;

4 definities op Encyclo
  • •innig verbonden, moeilijk van elkaar te scheiden. •tweede betekenisomschrijving.
  • 1) Aaneengesloten 2) Bestand tegen aantasting 3) Compact 4) Deel van een mes 5) Degelijk 6) Deugdelijk 7) Doortimmerd 8) Duurzaam 9) Greep 10) Handvat 11) Handvat(sel) 12...
  • 1> goed en stevig. EEN HECHT SCHIP: een goed en stevig gebouwd schip. 2> echt, hacht, hach, haft: obstakels onder water (boomstronken, palen, prikkeldraad, e.d.) waaraan ...
  • stevig Jaar van herkomst: 1750 (WNT hecht VI )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met hecht:
    hecht aanhecht aaneenhecht afhecht vasthechtenhechten aanhechtenishechtheidhechtinghechtingenhechtingsstoornishechttehechtten

    Deze woorden eindigen op hecht:
    aaneengehechtaaneenhechtaangehechtaanhechtafgehechtafhechtgehechtvastgehechtvasthecht

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. hecht (snoek)
    2. hecht (stevig)
    3. hecht = heft (handgreep)