hecht

bijv.naamw.
Uitspraak:  [hɛxt]

die of dat door een sterke band of verbinding met elkaar verbonden is
Voorbeelden:  `hechte vriendschap`,
`hecht zijn met elkaar`,
`hecht verbonden`,
`een hechte constructie`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
compact duurzaam

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
• gewicht hechten aan (=belang hechten aan)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met hecht een ander begrip versterken?
hechte vriendschap; hechte verbondenheid;

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), sterk, vast; op -e grondslagen gebouwd, (ook fig.). ~, o. (-en), handvatsel; het - v...
  2. •innig verbonden, moeilijk van elkaar te scheiden. •tweede betekenisomschrijving.
  3. 1) Aaneengesloten 2) Bestand tegen aantasting 3) Compact 4) Deel van een mes 5) Degelijk 6) Deugdelijk 7) Doortimmerd 8) Duurzaam 9) Greep 10) Handvat 11) Handvat(sel) 12...
  4. 1> goed en stevig. EEN HECHT SCHIP: een goed en stevig gebouwd schip. 2> echt, hacht, hach, haft: obstakels onder water (boomstronken, palen, prikkeldraad, e.d.) waaraan ...
  5. stevig Jaar van herkomst: 1750 (WNT hecht VI )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hecht:
hecht aanhecht aaneenhecht afhecht vasthechtenhechten aanhechtenishechtheidhechtinghechtingenhechtingsstoornishechttehechtten

Deze woorden eindigen op hecht:
aaneengehechtaangehechtafgehechtvastgehecht

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. hecht (snoek)
  2. hecht (stevig)
  3. hecht = heft (handgreep)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `hecht`.