de harmonica

zelfst.naamw. (v.)
Verbuigingen:  harmonica's
Verbuigingen:  harmonicaatje

1) een trekharmonica
Voorbeeld:  `Voor zijn verjaardag kreeg hij een nieuwe harmonica.`

2) een mondharmonica
Voorbeeld:  `Die man speelde de hele dag op zijn harmonica.`

3) een zigzagvormig verbindingsstuk
Voorbeeld:  `Kun je mij die harmonica even aangeven?`


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. muziekinstrument een trekharmonica. • muziekinstrument een mondharmonica. •een zigzagvormig verbindingsstuk.
  2. Let op: Spelling van 1858 een bekend handspeeltuig, muzijkinstrument. Harmonie, overeenstemming van kleuren, ineensmelting van toonen; bijzonder als kunstwoord bij schild...
  3. 1) Accordeon 2) Boekorgel 3) Eendrachtig en luchtig muziekinstrument crypt.) 4) Muziekinstrument 5) Muziekterm 6) Trekorgel 7) Verbindingsstuk
  4. toetsinstrument Jaar van herkomst: 1824 (WEI )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met harmonica:
harmonica'sharmonicabus

Deze woorden eindigen op harmonica:
mondharmonicaglasharmonicatrekharmonica

Herkomst volgens etymologiebank.nl
harmonica (muziekinstrument)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `harmonica`.