de coach

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [kotʃ]
Verbuigingen:  coach|es (meerv.)

1) iemand die de spelers traint en tot goede prestaties probeert te brengen sport
Voorbeeld:  `voetbalcoach`

2) iemand die als beroep adviezen en begeleiding geeft
Voorbeeld:  `Bijna iedere politicus heeft een coach.`
Synoniem:  adviseur

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
adviseur autobus begeleider oefenmeester trainer

10 definities op Encyclo
  1. Autocar voor toeristisch gebruik.
  2. baas, leraar.
  3. wie zegt wat er moet gebeuren vb: de coach bepaalde wie op de bank moesten blijven zitten Synoniemen: leider voorman
  4. 1) Adviseur 2) Africhter 3) Auto met één portier aan beide zijden 4) Autobus 5) Begeleider 6) Begeleider bij sport 7) Begeleider van een groep 8) Begeleider van een plo...
  5. De stoelen in een rijtuig met middengang zijn zo geplaatst dat de reizigers allemaal dezelfde kant op kijken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met coach:
coachencoachescoachingcoachtcoachtecoachten

Deze woorden eindigen op coach:
bondscoachclubcoachgezinscoachtaalcoachvoetbalcoachspeechcoach

Herkomst volgens etymologiebank.nl
coach (trainer)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `coach`.