hachelen

werkw.
Uitspraak:  ['hɑxələ(n)]
Vervoegingen:  hachelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehacheld (volt.deelw.)

informeel
Je kunt me de bout hachelen.  (je hebt niets in te brengen, je kunt de pot op)

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) Je kunt me de bout hachelen, een verwensching, die zooveel wil zeggen als stik, steek de moord, je kunt voor mijn part verrekken, loop naar den duiv...
  2. 1) Eten 2) Eten (barg.) 3) Gulzig eten 4) Schransen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hachelen (gulzig eten)