het habijt

zelfst.naamw.
Afbreekpatroon:  ha - 'bijt
Herkomst:  «Latijn
Verbuigingen:  habijten (meerv.)

gewaad (met name geestelijk) religie
Voorbeeld:  `Nonnen en monniken dragen een habijt.`
Synoniem:  kleding
het habijt aannemen  (in een klooster gaan)


Synoniemen
pij

Spreekwoorden en zegswijzen
• het habijt aannemen (=in het klooster gaan)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. Monnikspij, hem uitgereikt als de monnik zijn geloften officieel doet. Hij legt al zijn aardse bezittingen af (ook zijn kleding) en krijgt daar een eenvoudig gewaad voor ...
  2. (Lat.) Lang bovenkleed dat door vrouwelijke en mannelijke kloosterlingen wordt gedragen, onder andere door augustijnen, benedictijnen, dominicanen, minderbroeders, trappi...
  3. Lang opperkleed van kloosterlingen.
  4. Zie onder: kloosterkleding
  5. geestelijk gewaad Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
habijt (lang opperkleed van kloosterlingen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 88% van de Vlamingen het woord `habijt`.