gluiperig

bijv.naamw.
Verbuigingen:  gluiperiger
Verbuigingen:  gluiperigst

1) van een persoon dat hij heel stiekem is
Voorbeeld:  `De gluiperige jongen kun je niet vertrouwen.`

2) op een bedekte, vriendelijke, onderdanige manier gemene dingen doen
Voorbeeld:  `geniepig|Geniepig, slinks, gluiperig: de krachttermen zijn niet van de lucht in reactie op het aanpassen van het “reisprincipe” van de NS. De Volkskrant berichtte vanochtend over de maatregel, waardoor reizigers met een kortingskaart plotseling meer geld kwijt kunnen zijn. Voorheen konden reizigers die in de spitsuren vertrokken tijdens hun reis op een tussenstation uitchecken, om opnieuw in te checken tijdens de daluren. Maar sinds 1 september heeft de NS de regels veranderd. De korting wordt voor de tweede reis alleen nog berekend als tussen het in- en uitchecken minimaal 35 minuten wachttijd zit. En dus betaal je voor de hele reis opeens het volle pond.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
achterbaks boefachtig boosaardig doortrapt gehaaid gemeen geniepig geraffineerd geslepen gewiekst glibberig in het geniep listig schurkachtig slinks sluw snood stiekem uitgekookt vals

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Achterbaks 2) Boefachtig 3) Boosaardig 4) Doortrapt 5) Gehaaid 6) Gemeen 7) Geniepig 8) Geraffineerd 9) Glibberig 10) Heimelijk 11) Huichelachtig 12) Listig 13) Onopre...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gluiperig

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `gluiperig`.