I glaciaal

bijv.naamw.
Verbuigingen:  glacialer
Verbuigingen:  glaciaalst

betrekking hebbend op de poolstreken, een ijstijd, een glaciaal of op gletsjers


II het glaciaal

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  glacialen

koudere fase binnen een ijstijd


Bron: WikiWoordenboek.

12 definities op Encyclo
  • [geografie en demografie] Zie ijstijd.
  • 1. Onder invloed van landijs of gletsjers gevormd. 2. IJstijd. Tijdens de laatste 2,5 miljoen jaar zijn er ongeveer 2 glacialen geweest, afgewisseld met wat warmere perioden, de interglacialen.
  • 1. Onder invloed van landijs of gletsjers gevormd. 2. IJstijd. Tijdens de laatste 2,5 miljoen jaar zijn er ongeveer 2 glacialen geweest, afgewisseld met wat warmere perioden, de interglacialen. We spreken van een ijstijd als de gemiddelde temperatuur van de warmste maand hier tot gemiddeld beneden de 10 gr. C...
  • 1) De ijstijd betreffend 2) Periode tijdens ijstijdvak 3) Tot de ijstijd behorende 4) IJzig 5) IJstijd 6) IJskoud
  • Afzettingen gevormd door landijs in het pleistoceen: zwerfstenen, morene-gletsjerpuin en keileem
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op glaciaal:
preglaciaalpostglaciaalperiglaciaalinterglaciaal

Herkomst volgens etymologiebank.nl
glaciaal (met betrekking tot de ijstijden; inzake landijs of gletschers)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent glaciaal?
'betrekking hebbend op de poolstreken, een ijstijd, een glaciaal of op gletsjers'
Hoe spel je glaciaal?
glaciaal spel je G L A C I A A L

Op andere websites
Zoek glaciaal in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek glaciaal op Google
Zoek glaciaal op Woordenlijst.org
Zoek glaciaal in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek glaciaal op Wikipedia