de huisregel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['hœysrexəl]
Verbuigingen:  huisregel|s (meerv.)

voorschrift, regel waaraan mensen in huis zich moeten houden
Voorbeelden:  `de huisregels uitleggen aan een nieuwe huisgenoot`,
`Waarom houdt niemand zich aan de huisregels?`,
`De huisregel is: geen lawaai na negen uur 's avonds.`

© Kernerman Dictionaries.

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `huisregel` kennen.