het gijn

zelfst.naamw.
Herkomst:  «Engels
Verbuigingen:  gijnen / gijns (meerv.)

1) takel voor het ophijsen van zware vrachten bouw; zeevaart
Voorbeeld:  `Een gijn bestaat uit twee blokken met meerdere schijven.`
Synoniem:  hijswerktuig; scheepstakel

2) soort touw dat in een gijn (takel) wordt gebruikt
Synoniem:  scheepstouw


Synoniemen
takel

Taaladvies
Schrijf je gijn (= takel) met ei of ij? Zie gijn / gein

2 definities op Encyclo
  • (gijnloper, jijnloper, geinloper, gijn, jijn) het touw dat door de blokken van de gijntakel gaat
  • Ook: jijn. Takel, bestaande uit twee blokken met samen vijf of meer schijven, voor het hijsen van zware lasten.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met gijn:
    gijnblokgijnengijns

    Deze woorden eindigen op gijn:
    begijn

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    gijn (takel; takeltouw)