de giek

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  gieken
Verbuigingen:  giekje

1) rondhout bevestigd aan het onderlijk van een zeil

2) boom van een kraan of graafmachine

3) bij een wegwijzer het bord dwars op de paal

4) lange, smalle roeiboot, waarin de roeiers alleen achter elkaar en niet naast elkaar zitten


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
kluiver laadboom

10 definities op Encyclo
  1. scheepvaart rondhout bevestigd aan het onderlijk van een zeil. •boom van een kraan of graafmachine. •bij een wegwijzer het hout dwars op de paal.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), zekere snelvarende boot.
  3. VOC - Zeilen en tuigage: rondhout aan de onderkant van een langsscheeps zeil om het zeil uit te kunnen zetten.
  4. Bij een zeilschip het rondhout aan de achterzijde van de mast, waaraan het (groot)zeil aan de onderzijde (onderlijk) is vastgemaakt. Oorspronkelijk gijk. De benaming werd...
  5. (1) Een rondhout van hout of metaal, dat dient om de onderkant van een zeil uitgespreid te houden en waaraan het onderlijk van een zeil, meestal het grootzeil, bevestigd ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met giek:
gieken

Deze woorden eindigen op giek:
agogiekandragogiekenergiekpedagogiekorthopedagogiek

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. giek (lange, smalle sloep)
  2. giek (rondhout)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 89% van de Nederlanders en 60% van de Vlamingen het woord `giek`.