I flashen

werkw.
Afbreekpatroon:  'flas - hen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  flashte (verl.tijd )
Vervoegingen:  geflasht (volt.deelw.)

aanpassen/bijwerken van firmware of software computer
Voorbeeld:  `na het flashen van de software was er een verbetering te zien`
Synoniem:  overschrijven van het flash geheugen van een satelliet ontvanger


II flashen

werkw.
Afbreekpatroon:  'flas - hen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  flashte (verl.tijd )

naakte lichaamsdelen (even) laten zien
Voorbeeld:  `twee meisjes flashten in het openbaar`
Synoniem:  exhibitioneren

Zie ook:  flash


6 definities op Encyclo
  • (Het wegschrijven van gegevens naar een EPROM-chip.)
  • [slang] iemand in de maling nemen, iemand neppen
  • 1) Beetnemen 2) Flitsen
  • Het aanpassen van firmware
  • Het proces waarbij je de inhoud van een Flash chip update (b.v. het Flashen van een BIOS).
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van flashen?
De verleden tijd van flashen is 'flashte'. Het voltooid deelwoord is 'geflasht'.
Wat betekent flashen?
'aanpassen/bijwerken van firmware of software'
Hoe spel je flashen?
flashen spel je F L A S H E N

Op andere websites
Zoek flashen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek flashen op Google
Zoek flashen op Woordenlijst.org
Zoek flashen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek flashen op Wikipedia