giebelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈxibələ(n)]
Afbreekpatroon:  gie·be·len
Vervoegingen:  giebelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gegiebeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van meisjes) samen zachtjes lachen
Synoniem:  giechelen


Synoniemen
giechelen   

3 definities op Encyclo
  • 1) Giechelen 2) Gesmoord lachen 3) Ginnegappen
  • giechelen Jaar van herkomst: 1898 (GVD )
  • met een zacht en onderdrukt, hoog keelgeluid lachen; giechelen Vaak gezegd van jonge mensen, vooral van meisjes, en soms met de bijgedachte aan verlegenheid of onvolwassenheid.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
giebelen (giechelen)

Taaladvies
Schrijf je geintje (= grapje) met ei of ij? Zie geintje / gijntje

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van giebelen?
De verleden tijd van giebelen is 'giebelde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gegiebeld'.
Wat betekent giebelen?
'(van meisjes) samen zachtjes lachen'
Hoe spel je giebelen?
giebelen spel je G I E B E L E N
Wat is een ander woord voor giebelen?
Een ander woord giebelen is giechelen.

Op andere websites
Zoek giebelen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek giebelen op Google
Zoek giebelen op Woordenlijst.org
Zoek giebelen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek giebelen op Wikipedia