1.bezadigd, wijs (DB) Voorbeeld: ‘De bomen stonden er pal als oude, gedaagde vrienden’ Voorbeeld: ‘'t Leven in de vrije buiten schenkt er aan ieder een gerust gemoed en gedaagde zin’ 2.oud -(GL) Voorbeeld: ‘Hij de afgeleefde sul en zijn gedaagde zuster vormden in die omgeving het vergroeide drietal...