gau als dialectwoord
jij (Mechels (BE))   jij (Giesbaargs)   gauw (Meers)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
• gegeven brokken zijn gauw gegeten. (=weldadigheid gaat meestal niet ver.)
gauw op het paard zitten. (=snel driftig worden)
gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
gauw is dood en langzaam leeft nog. (=iets te snel doen is niet goed)
Toon alle 11 spreekwoorden die gau bevatten

4 definities op Encyclo
  • Groep Algemene Uitgevers
  • 1) Fijisch eiland 2) Franse architect
  • Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.
  • een waterweg (in veenlandschap?). Zie verder bij gouw .
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gau:
gauchismegauchogaullismegaullistgaullistischgaussgausscurvegauwgauwdiefgauwheidgauwigheidgauwtegauwziekte

Op andere websites
Zoek gau in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek gau op Google
Zoek gau op Woordenlijst.org
Zoek gau in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek gau op Wikipedia