frunniken

werkw.
Uitspraak:  ['frʏnɪkə(n)]
Vervoegingen:  frunnikte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefrunnikt (volt.deelw.)

onrustig met je vingers bewegen
Voorbeeld:  `aan je gezicht zitten frunniken`
Synoniem:  friemelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
foezelen friemelen frutselen futselen

Taaladvies
Wat is correct: frunniken of frunnikken? Zie frunniken / frunnikken

2 definities op Encyclo
  • 1) Foezelen 2) Friemelen 3) Frommelen 4) Frutselen 5) Knuffelen 6) Peuteren 7) Zenuwachtig plukken met de vingers
  • peuteren, morrelen Jaar van herkomst: 1920 (WNT z.j. )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    frunniken (frommelen)