inpluggen

werkw.
Uitspraak:  ['ɪmplʏxə(n)]
Vervoegingen:  plugde in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingeplugd (volt.deelw.)

(elektronische apparaten) op elkaar aansluiten met een stekertje
Voorbeeld:  `een USB-stick inpluggen in je computer`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Aansluiten door middel van een stekkertje
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `inpluggen`.