fröbelen

werkw.
Uitspraak:  ['frøbələ(n)]
Vervoegingen:  fröbelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefröbeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) maken op een niet vakkundige manier
Voorbeeld:  `zelfgemaakte kerskaarten in elkaar fröbelen`
Synoniem:  knutselen

2) doelloos dingen doen
Voorbeeld:  `lekker een middagje fröbelen met je vriendin`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
knutselen prutsen

2 definities op Encyclo
  1. 1) Knutselen 2) Prutsen
  2. spelen, vrijblijvend bezig zijn Jaar van herkomst: 1898 (GVD )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fröbelen (knutselen, rommelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 88% van de Nederlanders en 42% van de Vlamingen het woord `fröbelen`.