fröbelen

werkw.
Uitspraak:  ['frøbələ(n)]
Vervoegingen:  fröbelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefröbeld (volt.deelw.)

1) maken op een niet vakkundige manier
Voorbeeld:  `zelfgemaakte kerskaarten in elkaar fröbelen`
Synoniem:  knutselen

2) doelloos dingen doen
Voorbeeld:  `lekker een middagje fröbelen met je vriendin`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
knutselen prutsen

2 definities op Encyclo
  • 1) Knutselen 2) Prutsen 3) Vrijblijvend knutselen
  • spelen, vrijblijvend bezig zijn Jaar van herkomst: 1898 (GVD )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    fröbelen (knutselen, rommelen)