forwarden

werkw.
Afbreekpatroon:  for- 'war - den
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  forwardde (verl.tijd )
Vervoegingen:  geforward (volt.deelw.)

doorsturen computer
Voorbeeld:  `een mail forwarden naar iemand die ook interesse heeft`


Deze woorden eindigen op forwarden:
flashforwarden