mistig

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['mɪstəx]

(van weer) met beperkt zicht doordat er wolken vlak boven de grond hangen
Voorbeeld:  `Het werd ineens heel erg mistig en koud.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dampig flauw nevelachtig nevelig onduidelijk onhelder vaag vagelijk wazig helder (antoniem)

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), mistachtig, nevelig (van de lucht).
  2. 1) Bewolkt 2) Dampig 3) Dauwig 4) Deizig 5) Diezig 6) Dijzig 7) Dompig 8) Flauw 9) Harig 10) Heiig 11) Herfstweer 12) Mottig 13) Nebuleus 14) Nevelachtig 15) Nevelig 16) ...
  3. niet helder door mist vb: het was te mistig om de overkant te zien onduidelijk, niet helder, vaag vb: het beeld op het beeldscherm was mistig
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met mistig:
mistigheid

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `mistig`.