fisten

werkw.
Afbreekpatroon:  'fis - ten
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  fistte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gefist (volt.deelw.)

vuistneuken
Voorbeeld:  `de hele hand gebruiken bij het fisten`


1 definitie op Encyclo
  1. januari - februari - maart - april - mei - juni - juli - augustus - september - oktober - november - december Totaal: 68 | Ontbrekend: 47 == 1 november == == 2 november ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op fisten:
pacifistenradiotelegrafistentelegrafisten