fijnsnijden

werkw.
Uitspraak:  [ˈfɛinsnɛidə(n)]
Vervoegingen:  sneed fijn (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft fijngesneden (volt.deelw.)

in hele kleine stukjes snijden
Voorbeeld:  `Snij de uien fijn en doe ze daarna in de pan.`

© Kernerman Dictionaries.