falsifiëren

werkw.
Uitspraak:  [fɑlsifi'jerə(n)]
Vervoegingen:  falsifieerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefalsifieerd (volt.deelw.)

1) namaken met de bedoeling echt te lijken
Voorbeeld:  `De wereldberoemde Nachtwacht van Rembrandt valt niet te falsifiëren.`
Synoniemen:  falsificeren, vervalsen

2) de onjuistheid van (een wetenschappelijk inzicht) aantonen
Voorbeeld:  `weinig moeite doen om je eigen theorieën te falsifiëren`
Synoniemen:  falsificeren, weerleggen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
falsificeren

2 definities op Encyclo
  1. 1) Falsificeren
  2. [Levensbeschouwing] Tegenvoorbeeld geven om uitspraak te weerleggen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 67% van de Nederlanders en 78% van de Vlamingen het woord `falsifieren`.