erop

bijwoord
Uitspraak:  [ɛr'ɔp]

1) op (het eerder of later genoemde)
Voorbeelden:  `een pan met een deksel erop`,
`je erop verheugen dat je morgen vrij bent`
Het is erop of eronder.  (het is de laatste gelegenheid om een goed resultaat te bereiken) `In de laatste minuut moeten we scoren. Het is erop of eronder.`
met alles erop en eraan  (helemaal compleet)

2) na (het genoemde)
Voorbeeld:  `We gaan morgen naar Amsterdam, de dag erop naar Rotterdam.`
Synoniem:  erna

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bij erbij

Spreekwoorden en zegswijzen
• hij zit erop als de bok op de haverkist (=hij is er bijzonder happig op)
erop zitten als de bok op de haverkist (=er bijzonder happig op zijn)
• de zweep erop leggen (=afdrijven, opjagen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Mag erop gesplitst worden in: Mag ik jullie erop attent maken dat kauwgum in de vuilnisbak hoort? Zie Er … op  / erop
  2. Is erop weglaatbaar in de zin `Wij vertrouwen (erop) dat wij u hiermee van dienst zijn`? Zie (Erop) vertrouwen dat


3 definities op Encyclo
  • •"vervangt" *op het. (+audio)
  • op wat je noemt of bedoelt vb: het ijs is sterk; je kunt erop lopen met alles erop en eraan [met alles wat erbij hoort] erop komen [het zich herinneren] erop stáán [het...
  • 1) Bij 2) Bijwoord 3) Erbij 4) Op het genoemde 5) Voornaamwoordelijk bijwoord 6) Voorzetsel
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met erop:
    erop nahoudeneropna houden

    Deze woorden eindigen op erop:
    achteropherophierophogeropkom achteropraak achteropverderop