• zoals het reilt en zeilt (=zoals het zijn gangetje gaat) • zijn schip voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven) • voor de wind is het goed zeilen (=onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben) • tussen de klippen doorzeilen (=op handige manier alle moeilijkheden vermijden) • onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan) Toon alle 52 spreekwoorden die eil bevatten