domp als dialectwoord
• damp (Genker) • damp (Stals) • damp (nijswillers) • kar-steun (Tilburgs) • rookwalm (Sint-Niklaas) • rook(-walm) (Wichels) 7 definities op Encyclo
- damp, rookwolk - Voorbeeld: ‘Heel die lange winter hadden de mensen verleefd, gescholen in hun lage hutten, onder dak-dichte mestplaggen, in de domp van het turfvuur’
- [Vergeten woorden] (m.) dikke damp, walm [~ dimmen, damp, vermoedelijk ~ nevel, niet ~ doom ‘damp’]
- 1) Lisdodde 2) Hefboom 3) Drasland
- 1> leren of `rubber` laars waarvan de zool afgesneden is en die, voornamelijk door vissers, als een soort slobkous op de klomp gedragen wordt. Ook laarskap of slop . Soms is de kap aan de klomp vastgespijkerd, in welk geval men van een klomplaars spreekt. [Links: Diverse termen inzake de visserij .] Genoemd i...
- Friese mop, baksteen. (Haslinghuis)
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met domp:
•
dompelaar•
dompelbad•
dompelen•
dompelpomp•
dompen•
domper•
dompig•
dompteur•
dompteuseHerkomst volgens etymologiebank.nl
- domp (kluit)
- domp (volksnaam of oude naam voor lisdodde)
- domp, = damp (nevel)
Op andere websites
Zoek domp in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek domp op
Google
Zoek domp op
Woordenlijst.org
Zoek domp in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek domp op
Wikipedia