de Dominicaan

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [domini'kan]
Verbuigingen:  Domini|canen (meerv.)

de Dominicaan|se

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [domini'kan|sə]
Verbuigingen:  Dominicaanse|n (meerv.)

iemand met de nationaliteit van de Dominicaanse Republiek

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  • iemand met de Dominicaanse nationaliteit; iemand die behoort tot het Dominicaanse volk; iemand die afkomstig is uit de Dominicaanse Republiek; inwoner van de Dominicaanse...
  • monnik van de orde van Sint-Dominicus Jaar van herkomst: 1637 (WNT )
  • 1) Bedelmonnik 2) Inwoner van dominicaanse republiek 3) Kloosterling 4) Lid van een bepaalde kloosterorde 5) Ordegeestelijke 6) Predikheer 7) Preekheer
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met dominicaan:
    DominicaansDominicaanse

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    dominicaan (monnik in kloosterorde van de heilige Dominicus)