dolend

bijv.naamw.

geen vaste bestemming hebbend
Voorbeelden:  `- De dolende ridder was de weg helemaal kwijtgeraakt.`,
`- Ondertussen maakt Zwier, dolend over Paaseiland, in gedachten een uitstapje naar Texel. Daar vond hij op een dag een paasbeeld, een moai, identiek aan de beelden op Paaseiland. Hij gaat erachteraan en ontmoet de beeldhouwer, die zijn inspiratie inderdaad op Paaseiland opdeed. Deze omweg naar Texel is kenmerkend voor dit reisboek: waar Zwier ook is, telkens zoekt hij nieuwe uitwegen, in de literatuur, antropologie en zelfs op Texel. Dat geeft zijn reisliteratuur een aparte bekoring. `


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Al dwalende 2) Dwalend 3) Zwervend
Toon uitgebreidere definities