chargen

werkw.
Afbreekpatroon:  'char - gen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  chargede (verl.tijd )
Vervoegingen:  gecharged (volt.deelw.)

aantijgen, beschuldigen
Voorbeeld:  `hij werd ten onrechte gecharged`
Synoniem:  aanvallen


Herkomst volgens etymologiebank.nl
chargen