het carnaval

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈkɑrnavɑl]
Verbuigingen:  carnaval|s (meerv.)

openbaar feest veertig dagen voor Pasen, waarbij mensen zich drie dagen lang verkleden en dansen
Voorbeelden:  `carnavalsoptocht`,
`carnaval vieren`,
`carnavalslied`

© Kernerman Dictionaries.

13 definities op Encyclo
  1. Christelijk feest, waarbij het leven uitbundig gevierd wordt met vermommingen, optochten, dansen, zingen en drinken. Daarma begint de vastentijd.
  2. Te gebruiken voor de feestelijke periode van bals, maskerades, optochten en algehele prtetmakerij,gehouden vóór de Vasten, gedurende de periode tussenKerstm...
  3. Let op: Spelling van 1858 Ital., (van het Lat. caro vale! of van het Ital. carne vale! Vaar wel vleesch!) de tijd, wanneer bij de Roomsch-Katholijken het vleescheten opho...
  4. Carnaval is het feest dat voorafgaat aan de veertigdaagse vasten voor Pasen, met name gevierd in rooms-katholieke landen en streken. Vermommingen, optochten, de oprichtin...
  5. Van Latijn: carnem levare, het wegnemen van het vlees (komt dus etymologisch niet van carne vale, het vlees vaarwel): de vier dagen die aan de veertigdaagse vasten vooraf...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met carnaval:
carnavalscarnavalsliederencarnavalsvakantiecarnavalsvereniging

Herkomst volgens etymologiebank.nl
carnaval ( feestelijkheden tijdens de drie dagen voor Aswoensdag)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `carnaval` kennen.