het cadeau

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [kaˈdo]
Verbuigingen:  cadeau|s (meerv.)

wat je zo maar krijgt van iemand
Voorbeelden:  `cadeaus krijgen op je verjaardag`,
`een cadeau geven`,
`kerstcadeau`
Synoniem:  geschenk
iemand iets cadeau doen  (iemand iets geven) `Ik heb niets voor deze auto betaald; mijn vader heeft hem me cadeau gedaan.`
het niet cadeau krijgen  (er veel moeite voor moeten doen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aardigheid donatie geschenk gift kado pakje present presentje schenking

Taaladvies
Buro / bureau/ nivo / niveau/ kado / cadeau: Mogen in het Nederlands ingeburgerde woorden die ontleend zijn aan het Frans en eindigen op -eau, zoals bureau, niveau en cadeau, worden gespeld met -o?

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Fr., een klein vriendschaps- of gelegenheidsgeschenk; ook een kunstige trek met de pen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-x), geschenk; kunstige pennetrek.
  3. geschenk Jaar van herkomst: 1824 (WEI )
  4. wat je van iemand krijgt zonder tegenprestatie vb: ze kreeg een fiets cadeau hij krijgt zijn diploma niet cadeau [hij moet er veel voor doen]
  5. •iets dat men iemand geven
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met cadeau:
cadeauboncadeaukaartcadeaupascadeaus

Deze woorden eindigen op cadeau:
verjaardagscadeauverkiezingscadeau

Herkomst volgens etymologiebank.nl
cadeau (geschenk)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `cadeau` kennen.