buizen

werkw.
Uitspraak:  ['bœyzə(n)]
Vervoegingen:  buisde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gebuisd (volt.deelw.)

zakken (voor een examen)

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Buizen / zakken: Is gebuisd zijn correct in de volgende zin: De helft van de klas is gebuisd voor de toets?

11 definities op Encyclo
  1. - (valve of tube) Voorgangers van de transistor, die nog steeds gebruikt worden in sommige dure apparaten vanwege de prettige, warme klank.
  2. regelmatig (bij elke golf) buiswater veroorzaken. [A>] Het werkwoord buizen lijkt in deze vorm, dus met een Z, pas sinds ongeveer 1920 op te komen. Vreemd genoeg wordt de...
  3. (Bargoens, 1914) drinken
  4. [Belgisch Nederlands] 1. zakken (voor een examen), niet slagen 2. laten zakken (voor een examen)
  5. •een buis in de school geven. •een buis in de school krijgen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met buizen:
buizenversterker

Deze woorden eindigen op buizen:
abuizenbeeldbuizendwangbuizenelektronenbuizenkijkbuizenpisbuizenpulsbuizenradiobuizenrioolbuizentl-buizentraanbuizenurinebuizenvacuümbuizen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. buizen (laten zakken)
  2. buizen (overkrijgen van stuifwater in scheepvaart)
  3. buizen (zuipen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `buizen` kennen.