de buitenspiegel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['bœytə(n)spixəl]
Verbuigingen:  buitenspiegel|s (meerv.)

achteruitkijkspiegel aan de buitenkant van een auto
Voorbeelden:  `een buitenspiegel aan de linker- en de rechterkant van de auto`,
`van binnen verstelbare buitenspiegels`
Antoniem:  binnenspiegel

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. spiegel aan de buitenkant van de auto vb: Jessie reed zó dicht langs de muur dat de buitenspiegel beschadigd werd
  2. 1) Deel van een auto 2) Spion 3) Spionnetje
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met buitenspiegel:
buitenspiegels