de/het brok

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [brɔk]
Verbuigingen:  brok|ken (meerv.)

stuk van iets groters
Synoniem:  brokstuk
brokken maken  (dingen fout laten gaan)
met de brokken zitten  (<dat zeg je als iets helemaal fout gegaan is>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bonk brokstuk deel eind klont suikerklontje

Spreekwoorden en zegswijzen
• een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-ken), stuk, afgevallen vast deel (van iets); een - brood; suiker-ken, stukjes bruine suiker; aan -ken vallen; de overgeblevene -ke...
  2. Brok is een Engelse jongensnaam. Het betekent `das`. Extra info: Broc, Brock, Brok, Brockman
  3. de voerbrok die men op en rondom den zwanehals plaatst om rooftuig te vangen
  4. 1) Afgebroken stuk 2) Afgebroken vast deel 3) Afgevallen deel 4) Aantrekkelijk persoon 5) Bonk 6) Brokstuk 7) Deel 8) Eind 9) Fragment 10) Gedeelte 11) Groot stuk 12) Hom...
  5. [stad] - Brok is een stad in het Poolse woiwodschap Mazovië, gelegen in de powiat Ostrowski. De oppervlakte bedraagt 28,05 km², het inwonertal 1882 (2005). ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met brok:
brokatenbrokkelbrokkel afbrokkeldebrokkeldenbrokkelenbrokkeligbrokkeltbrokkenbrokstukbroktbroktebrokten

Deze woorden eindigen op brok:
spijsbrok

Herkomst volgens etymologiebank.nl
brok (stuk)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `brok`.