• zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later)) • zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk) • zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet (=handel voorzichtig, dan mislukt het niet) • wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden) • wie het breed heeft laat het breed hangen (=iemand die veel geld heeft kan veel geld uitgeven) Toon alle 111 spreekwoorden die bre bevatten
1 definitie op Encyclo
(10) [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] (afkorting:) december = 10e maand van het Romeinse jaar, (dat begon op 1 maart), vaak aangeduid met een “ X”> zie ook bij ber.