de brandblaar

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['brɑndblar]
Verbuigingen:  brand|blaren (meerv.)

blaar die is ontstaan doordat je je hebt gebrand
Voorbeeld:  `een brandblaar door de huisarts laten behandelen`

© Kernerman Dictionaries.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `brandblaar`.