de bouwvakantie
zelfst.naamw. (v.)
collectieve vakantie in de zomer voor alle bedrijven in de bouwsector Bron: WikiWoordenboek.
1 definitie op Encyclo
- collectieve vakantie voor de bouwsector gedurende drie of vier weken in de zomermaanden; collectief zomerverlof voor de bouwsector; bouwvak
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de bouwvakantie' of 'het bouwvakantie'?
Het is 'de bouwvakantie', want bouwvakantie is vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die bouwvakantie'.
Wat betekent bouwvakantie?
'collectieve vakantie in de zomer voor alle bedrijven in de bouwsector'
Hoe spel je bouwvakantie?
bouwvakantie spel je B O U W V A K A N T I E Op andere websites
Zoek bouwvakantie in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bouwvakantie op
Google
Zoek bouwvakantie op
Woordenlijst.org
Zoek bouwvakantie in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bouwvakantie op
Wikipedia