Synoniemen
gebeente skelet uitbotten uitlopen

botten als dialectwoord
laarzen (Hams)   rijglaarzen (POPERINGE)   laarzen (Antwerps)   laarzen (Bornems)   laarzen (Sint-Lenaarts)   laarzen (Veussels)  
Toon alle 26 dialectwoorden

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
• je botten kunnen tellen (=erg mager zijn)
botten blijven platvis (=als je dom bent dan blijf je dat)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  • (Bargoens, 1914) smullen
  • [Bargoens, boeventaal] eten. Botten en bensen (eten en drinken).
  • [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] vals spelen bij dobbelen
  • 1) Beenderen 2) Uitspruiten 3) Knoppen krijgen 4) Skelet 5) Uitschieten 6) Gebeente 7) Uitlopen 8) Uitkomen
  • harde onderdelen waaruit het skelet bestaat; de botten geven het lichaam stevigheid, zijn met elkaar verbonden via spieren, pezen en gewrichten, en beschermen belangrijke organen, zoals de hersenen in de schedel en de longen en het hart door de ribben van de borstkas
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met botten:
bottenkraker

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. botten (uitspruiten)
  2. botten (weerkaatsen)


Op andere websites
Zoek botten in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek botten op Google
Zoek botten op Woordenlijst.org
Zoek botten in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek botten op Wikipedia