de boosdoener

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbosdunər]
Verbuigingen:  boosdoener|s (meerv.)

de boosdoen|ster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈbosdun|stər]
Verbuigingen:  boosdoenster|s (meerv.)

wat of wie de oorzaak van iets slechts is
Voorbeelden:  `De boosdoener werd door de politie gearresteerd.`,
`Het toestel is gerepareerd. Een los contact was de boosdoener.`
Synoniem:  dader

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bandiet boef booswicht dader onverlaat slechtaard snoodaard

2 definities op Encyclo
  1. 1) Bandiet 2) Boef 3) Booswicht 4) Dader 5) Delinquent 6) Dief 7) Galgenaas 8) Misdadiger 9) Onverlaat 10) Schavuit 11) Schelm 12) Schurk 13) Slechtaard 14) Snoodaard 15)...
  2. iemand die kwaad doet, iets verkeerd heeft gedaan of ergens de schuld van is
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boosdoener:
boosdoeners

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `boosdoener`.