de boomklever

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  boomklevers
Verbuigingen:  boomklevertje

, een klein zangvogeltje met een blauwe rugzijde en een oranjegele buikzijde dat bij het zoeken naar voedsel in de schorsspleten in de boomstam op en neer kan klimmen


Bron: WikiWoordenboek.

9 definities op Encyclo
  1. Wetenschappelijke naam: Sitta europaea Aantal broedparen in Nederland: 16.000-20.000 (1998-2000) Biotoop: rijk loofbos, bij voorkeur eiken- en beukenbos Geluid: Boomkl...
  2. (Sitta europaea) -Wetenschappelijke naam: - Sitta europaea Linnaeus, 1758 -Nederlandse naam: - Boomklever -Vogelgroep:- Boomklevers -Veldkenmerken.- 14 cm. Een gedrongen,...
  3. dierkunde klein zangvogeltje blauwe rugzijde en oranjegele buikzijde, dat bij het zoeken naar voedsel in de schorsspleten, de boomstam op en neer kan klimmen.
  4. De boomklever dankt zijn naam aan het vermogen bomen zowel omhoog als omlaag te beklimmen, waardoor de vogel als het ware lijkt te kleven aan de stam, zonder te vallen. B...
  5. 1) Blauwspecht 2) Boommees 3) Dier 4) Kleine klimvogel 5) Klimvogel 6) Plakspecht 7) Soort specht 8) Spechtmees 9) Standvogel 10) Vogel 11) Zangvogel
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boomklever:
boomklevers

Herkomst volgens etymologiebank.nl
boomklever