bonten

bijv.naamw.

1) van bont gemaakt
Voorbeeld:  `Haar prachtige bonten muts werd met verf bespoten.`

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het bonten in de tweede betekenis erin.`


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 58% van de Nederlanders en 61% van de Vlamingen het woord `bonten`.